Op deze pagina staan 8 Franse woordenlijsten, geordend per thema: van kennismaking en familie tot vakantie en reizen. Elke lijst telt 30 woorden met de Nederlandse vertaling ernaast, en is met één tik te starten als oefenset. Samen dekken ze de woordenschat van de onderbouw havo/vwo.
Frans hoofdstuk 1 woordjes: kennismaking
Begroeten, jezelf voorstellen en vragen hoe iemand heet, hoe oud hij is en waar hij woont.
Frans hoofdstuk 2 woordjes: familie
Gezinsleden, familie en huisdieren, plus de woorden om iemand te beschrijven: groot, klein, aardig, streng.
Frans hoofdstuk 3 woordjes: school
De schooldag in het Frans: vakken, cijfers, huiswerk, spullen in je tas en wat je in de les doet.
Frans hoofdstuk 4 woordjes: vrije tijd en hobby's
Sporten, gamen, afspreken en uitgaan, met de tijdswoorden die je erbij nodig hebt: vaak, soms, nooit.
Frans hoofdstuk 5 woordjes: eten en drinken
Maaltijden, boodschappen en het restaurant, inclusief honger en dorst hebben en zeggen of iets lekker is.
Frans hoofdstuk 6 woordjes: kleding en winkelen
Kledingstukken, kleuren en maten, en alles wat je in een winkel zegt over prijs, passen en betalen.
Frans hoofdstuk 7 woordjes: lichaam en gezondheid
Lichaamsdelen en ziek zijn: pijn hebben, koorts, de dokter en de afspraak in het ziekenhuis.
Frans hoofdstuk 8 woordjes: vakantie en reizen
Vervoer, overnachten en op reis gaan, met het weer en de woorden voor vertrekken en aankomen.
Wat er op deze pagina staat
De 8 lijsten hierboven zijn thematisch opgebouwd: elk hoofdstuk gaat over één onderwerp, en de woorden binnen een hoofdstuk horen bij elkaar. Dat is geen toeval maar een leerprincipe. Losse woorden onthouden is moeilijk; woorden die aan hetzelfde onderwerp vastzitten geven elkaar houvast, doordat ze in je hoofd aan dezelfde situatie hangen. Wie "de koffer" leert naast "het paspoort" en "vertrekken", leert er drie tegelijk die elkaar later weer oproepen.
De lijsten zijn zelf samengesteld voor de onderbouw havo/vwo en horen niet bij één specifieke lesmethode. Het zijn de woorden die bij dit onderwerp in vrijwel elke methode langskomen: de basis die je nodig hebt om over het thema te kunnen praten. Werk je met een eigen woordenlijst uit de les, dan is die in de app in een paar minuten in te voeren of te importeren, en werkt hij daarna precies hetzelfde als deze lijsten.
Elke hoofdstukpagina laat de volledige lijst zien met Nederlands en de vreemde taal naast elkaar. Je kunt hem dus gewoon gebruiken als spiekbriefje: kolom afdekken, jezelf overhoren, kijken wat je mist. Wil je het serieuzer aanpakken, dan start je dezelfde lijst als oefenset in de app en neemt die het bijhouden over.
Waarom herlezen niet werkt en overhoren wel
De meest gemaakte fout bij woordjes leren is de lijst steeds opnieuw doorlezen. Dat voelt goed — bij elke ronde herken je meer, en herkenning voelt als kennis. Maar herkennen is niet hetzelfde als kunnen ophalen. Bij een toets, of in een gesprek, staat de vertaling er niet naast: je moet hem zelf uit je hoofd tevoorschijn halen, en dat is een andere handeling dan hem herkennen.
Jezelf overhoren traint precies die handeling. Elke keer dat je een woord met moeite terughaalt, wordt het spoor ernaartoe sterker — en juist die moeite is het werkzame deel. Daarom is een ronde waarin je de helft fout hebt leerzamer dan een ronde waarin je alles goed hebt: bij dat laatste heb je vooral bevestigd wat je al wist.
Het onprettige gevolg is dat goed leren zich slechter voelt dan slecht leren. Doorlezen geeft een vlot gevoel van vooruitgang; overhoren confronteert je met wat je nog niet weet. Dat is de reden dat de meeste mensen bij het doorlezen blijven hangen, en de reden dat een app die je overhoort meer doet dan een lijst die je bekijkt.
Waarom spreiden werkt: de vergeetcurve
Kennis die je vandaag opdoet, zakt weg. Niet ineens, maar volgens een curve: in het begin snel, daarna steeds langzamer. Een avond stampen zet er dus wel degelijk iets in, maar het meeste ervan is een week later verdwenen — precies op het moment dat je het bij de volgende toets, of bij het volgende hoofdstuk dat erop voortbouwt, nodig hebt.
Wat die curve tegenhoudt is niet méér herhalen, maar op het goede moment herhalen: net voordat je het kwijtraakt. Elke keer dat je een woord op dat punt terughaalt, zakt het daarna trager weg dan de keer ervoor. Vier korte momenten, verspreid over twee weken, leveren daarom aantoonbaar meer op dan dezelfde tijd op één avond. Dat is spaced repetition: niet harder werken, maar de herhalingen op de juiste afstand zetten.
RunItBack rekent met een curve waarin een pas geleerde lijst na een week nog ruwweg 70% zit, na twee weken rond de helft, en na een maand ongeveer een vijfde. Zodra de geschatte kennis onder de helft zakt, komt de lijst vanzelf terug in je werklijst met de vraag om hem even op te halen. Je hoeft dus zelf niet te onthouden wanneer je moet herhalen — dat is precies het stuk planning dat mensen niet volhouden.
Hoe de app het bijhoudt
Een woord telt als geleerd zodra je het twee keer achter elkaar goed hebt. Eén keer goed kan een gok zijn of toeval; twee keer achter elkaar is een redelijk bewijs dat het er echt in zit. Zolang een woord dat niet gehaald heeft, blijft het terugkomen in de ronde.
Is een hele lijst zover, dan verhuist hij naar je bibliotheek. Daar staat elke lijst als een boekje, en de kleur van dat boekje is de informatie: vol groen vlak nadat je hem beheerste, langzaam vervagend naarmate de kennis wegzakt. Je hoeft geen percentages of datums te lezen — je ziet in één oogopslag welke lijsten nog vers zijn en welke aandacht vragen. Verbleekt een boekje helemaal, dan schuift het terug naar je werklijst.
Verder houdt de app bij hoeveel woorden van een lijst je al beheerst, en bewaart hij niets meer dan dat. Er is geen account nodig om te oefenen; wil je je voortgang over meerdere dagen bewaren, dan is dat het enige waar een gratis account voor dient.
Hoe je deze Franse lijsten het beste gebruikt
Begin bij het hoofdstuk dat je nu in de les hebt en doe één lijst per keer. Dertig woorden is bewust geen willekeurig getal: het is genoeg om een thema te dekken en weinig genoeg om in tien tot vijftien minuten twee keer door te komen. Twee korte rondes op één dag werken beter dan één lange, en de tweede ronde mag gerust een paar uur later.
Kom daarna terug wanneer de app erom vraagt in plaats van wanneer het je invalt. Dat voelt tegennatuurlijk — je zou een lijst die je gisteren beheerste vandaag graag nog eens doen — maar herhalen wat nog vers is levert weinig op. De winst zit in de lijst die net begint weg te zakken.
En begin op tijd. Spaced repetition kan niet inhalen wat een avond eerder had moeten gebeuren: het spreiden ís het werkzame deel, en spreiden kost dagen. Vier keer een kwartier in de twee weken vóór een toets kost je minder tijd dan één avond stampen, en je weet de woorden een maand later nog.
Zijn deze Franse woordenlijsten gratis?
Ja. De lijsten staan volledig op deze site en je kunt ze oefenen zonder te betalen en zonder account. Een gratis account bewaart je voortgang; er is daarnaast een betaalde Pro-versie met extra functies, maar niets op deze pagina zit daarachter.
Voor welk niveau zijn deze lijsten bedoeld?
Voor de onderbouw havo/vwo. Het zijn de thema's die daar aan bod komen, met de basiswoordenschat per thema. Zit je hoger, dan zijn ze bruikbaar als opfrisser; zit je lager, dan kun je gerust bij hoofdstuk 1 beginnen — er wordt geen voorkennis verondersteld.
Hoe lang duurt het om één hoofdstuk te leren?
Reken op tien tot vijftien minuten voor de eerste ronde van dertig woorden, en daarna een paar kortere herhalingen verspreid over twee weken. In totaal ben je per hoofdstuk ongeveer een uur bezig, maar verdeeld over meerdere dagen — dat verdelen is precies wat het verschil maakt.
Kan ik ook mijn eigen woordenlijst uit de les gebruiken?
Ja. In de app maak je zelf een lijst door de woorden in te typen of een bestand te importeren, en die werkt daarna hetzelfde als de lijsten hier: overhoren, bijhouden en op tijd terughalen. Docenten delen zo'n lijst met één link met hun klas.
Paolo van der Linden — oprichter van RunItBack
Bouwt aan woordenschat-oefening voor scholieren en taalinstituten, en stelt de woordenlijsten op deze site zelf samen.